Arbeidsovereenkomst of niet en Russisch roulette of niet?

Het kan u bijna niet ontgaan zijn, gezien de media-aandacht die er afgelopen week was voor de laatste uitspraken van 15 januari 2019 (een en twee) aangespannen door de FNV en waarbij Deliveroo als gedaagde partij betrokken was en in welke (nu wel) geoordeeld werd dat de relatie tussen Deliveroo en de door haar ingezette mensen gekwalificeerd wordt als een arbeidsovereenkomst. Dit in tegenstelling tot een eerdere uitspraak uit juli 2018 van nog geen zes maanden geleden aangespannen door een voormalige werknemer. Een uitspraak nota bene van dezelfde rechtbank (Amsterdam) in welke toen nog werd geoordeeld dat de relatie niet werd gekwalificeerd wordt als een arbeidsovereenkomst, maar als een overeenkomst van opdracht. Voor de context van deze publicatie, de drie criteria voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst zijn: 1) het werk moet persoonlijk worden uitgevoerd (geen vervanging mogelijk), 2) voor het werk wordt betaald en 3) er is sprake van leiding en gezag over de werknemer.

Een cliënt die wij recentelijk bijstonden bij het Hof Den Haag, kwalificeerde de rechtspraak in zijn algemeenheid tijdens een comparitie zitting tegenover de rechter, openlijk nog als Russisch roulette, hetgeen de rechter overigens niet amusant vond, maar dat terzijde. Kijkende naar de zaken rondom Deliveroo, rijst dan wel de vraag, waar nu het verschil zit, tussen die uitspraken van de rechtbank Amsterdam?

De kantonrechter in de laatste twee uitspraken hecht er aan op te merken dat gezien de snelle ontwikkeling die de platformeconomie in Nederland doormaakt het voor de rechtsontwikkeling van belang zou zijn, dat hierover (door rechters) verschillend wordt geoordeeld. Of dat nu werkelijk een legitieme grond is, kan men zich afvragen, zeker nu men uit jurisprudentie (die zo dicht bij elkaar ligt) een rode lijn zou moeten kunnen ontlenen en rechtzoekenden nu juist geen Russisch roulette willen.

Deliveroo

Het bedrijfsmodel van Deliveroo is dat zij bestellingen van klanten bij restaurants, voor die restaurants aflevert. E.e.a. uiteraard tegen betaling. Tot medio 2017 deed Deliveroo dat nog met werknemers, die een tijdelijke arbeidsovereenkomst hadden op basis van een uitgestelde prestatieplicht (in de volksmond nul-uren contract genoemd en in casu een min-max contract).

Na voornoemde datum werden die tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet meer verlengd, maar konden de voormalige werknemers alleen nog maar een overeenkomst van opdracht aangaan. In de bedrijfsvoering als zodanig aan de zijde van Deliveroo veranderde er niets. Deliveroo eiste wel dat men een BTW-nummer had en ingeschreven zou zijn bij de kvk, de mensen beschikten over een fiets en een smart phone op welke de App van Deliveroo geinstalleerd moest worden. De nieuwe freelancers mochten wel opdrachten van Deliveroo weigeren. Eenmaal een opdracht aangenomen, moest deze worden uitgevoerd. Men kon zich op papier ook laten vervangen door een derde, maar die derde, moest wel door Deliveroo vooraf ‘geaccordeerd’ worden.

Eerdere uitspraak uit juli 2018

In deze uitspraak werd er o.a. nog veel waarde gehecht door de kantonrechter aan de bedoeling van partijen (Groen – Schoevers arrest) en oordeelde de kantonrechter nog dat vervangingsmogelijk in de overeenkomst geen dode letter zou zijn. Een uitspraak waar wel wat op af te dingen was.

Aspecten uitspraak ECLI:NL:RBAMS:2019:198 van 15 januari 2019

De kantonrechter heeft beoordeeld of alle omstandigheden in aanmerking genomen, het karakter van de rechtsverhouding tussen Deliveroo en zijn bezorgers zodanig is veranderd, dat niet langer wordt voldaan aan de elementen van de arbeidsovereenkomst, en met name aan het element ‘in dienst van‘ kort gezegd: de gezagsverhouding. Daarbij is bekeken door de kantonrechter in hoeverre sprake is van een persoonlijke arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 7:659 BW.

Naarmate er over een contract meer is onderhandeld, kan aan de schriftelijke vastlegging van die partijbedoeling meer waarde worden gehecht. In de onderhavige situatie is echter sprake van een standaardcontract, dat volledig en eenzijdig door Deliveroo is opgesteld en niet onderhandelbaar is. Of de bezorger ook daadwerkelijk vrij is om opdrachten te weigeren, wordt betwijfeld door de kantonrechter. Redenen hiervoor zijn o.a. dat iemand er wel belang bij heeft om een opdracht te accepteren, om voldoende inkomen te genereren. En er tevens een vorm van een bonus-systeem aanwezig is, waardoor een kandidaat die veel opdrachten accepteert voorrang krijgt boven kandidaten die dat niet doen.

T.a.v. de vervanging stelt de kantonrechter dat als een opdracht om een (warme) maaltijd eenmaal is aangenomen en deze binnen een kort tijdsbestek moet worden bezorgd, de vervanging vrijwel inhoudsloos is. En vervanging vooraf alleen kan na toestemming door Deliveroo, ergo er geen sprake is van vrijelijke vervanging.

T.a.v. het gebruik van eigen materialen (o.a. smart phone en fiets) stelt de kantonrechter, dat dit zaken zijn, die vrijwel iedereen Nederlander standaard al heeft.

In de overeenkomst van opdracht, zijn voorts een aantal verplichtingen opgenomen, te weten – kort samengevat – (i) het uitvoeren van de Dienst binnen een redelijke tijd en middels een route die de bezorger veilig en efficiënt acht, (ii) indien hij voorziet dat hij de bestelling niet kan afleveren, zal hij Deliveroo hiervan op de hoogte stellen, (iii) professioneel zijn in de omgang met (de staf van) Deliveroo , andere riders, personeel van de partners en voorbijgangers en (iv) de Dienst met de nodige zorgvuldigheid, vaardigheid en bekwaamheid verrichten. Het betreffen dus deels aanwijzingen ten aanzien van het de uitvoering van het werk, maar deels ook ten aanzien van het gedrag van de bezorger.

Uiteindelijk oordeel

Alles in onderlinge samenhang overziende komt de kantonrechter tot het oordeel dat de aard van het werk en de rechtsverhouding tussen partijen sinds begin 2018 niet zodanig wezenlijk zijn gewijzigd dat niet langer sprake is van het verrichten van arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst. Het gaat nog steeds om arbeid die behoort tot de organisatie van Deliveroo. Als er gewerkt wordt is er onverminderd sprake van een gezagsrelatie.

Al met al een uitspraak en overwegingen die deze keer wel hout snijden, evenals de overwegingen in de tweede uitspraak van 15 januari 2019 over de werkingssfeer van de CAO.

Het voornoemde betekent overigens niet dat alle platformeconomie bedrijven per definitie een arbeidsovereenkomst hebben met de door hen ingezette mensen. Dit zal steeds opnieuw per casus bekeken moeten worden.