Flexwerkers hoe zit het nu qua regelgeving vanaf 2026
Wachttijd / tussenpauze na drie tijdelijke contracten naar 3 jaar i.p.v. 6 maanden
Mei 2026
Afgelopen week op 12 mei 2026 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers aangenomen.
Wat houdt het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers in?
Voornoemd wetsvoorstel maakt, samen met enkele andere wetsvoorstellen, deel uit van een bredere hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel is o.a. bedoeld om werknemers met flexibele arbeidscontracten meer zekerheid te geven, zowel in hun werk als in hun inkomen. Een ander doel is dat flexwerkers meer uitzicht krijgen op een vast contract. Het nul-urencontract verdwijnt en worden vervangen door een min-max contract. In dat contract wordt een vast minimumaantal uren per week afgesproken, waarvoor de werknemer in elk geval wordt betaald. Voor seizoenswerk en bijbanen (o.a. voor AOW-ers en scholieren) blijven uitzonderingen overigens nog wel mogelijk (lees kunnen deze nog wel op basis van een oproepcontract blijven werken, ook in de toekomst).
Tussenpauze tijdelijke contracten van 6 maanden naar 36 maanden
Op dit moment mogen werkgevers drie tijdelijke contracten aanbieden binnen een periode van drie jaar, met een tussenpauze / wachttijd van zes maanden voordat opnieuw mag worden begonnen (lees de teller weer op nul staat). Die tussenpauze wordt verlengd naar drie jaar.
Gelijkwaardige beloning uitzendkrachten
Werknemers uitgeleend worden door hun werkgever, om onder leiding en gezag van een inlener te werken en die niet onder een CAO vallen, dienen op grond van het loonverhoudingsvoorschrift van artikel 8 Waadi ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden te krijgen, als die welke gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt. En meer specifiek dat alle huidige of toekomstige voordelen in geld of natura die aan werknemers van de inlener in het kader van de dienstbetrekking worden toegekend, hieronder vallen. Middels CAO kan hiervan worden afgeweken, hetgeen in de Uitzend CAO is gebeurd, door allerlei secundaire arbeidsvoorwaarden bij de inlener om te rekenen naar euro’s en het totaal daarvan, middels een toeslag op het uurloon te laten komen. Waarbij voor de goede orde de totale beloning gelijkwaardig is.
Kamerlid Patijn van PVDA/Groen Links had een amendement ingediend op het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers dat afwijking via CAO geheel wilde afschaffen, omdat er sprake zou zijn van misbruik en onderbetaling. Dat amendement heeft het niet gehaald, wel is nu opgenomen, dat de minister via een zogenaamde algemene maatregel van bestuur (amvb), specifieke arbeidsvoorwaarden, kan aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. E.e.a. tot grote opluchting van de uitzendbranche, die het afgelopen jaar massaal er naar toe hebben gewerkt, om alle systemen in te richten, naar het omrekenen van secundaire arbeidsvoorwaarden bij de inlener tot een toeslag op het uurloon.
De Eerste Kamer moet nog wel instemmen met het wetsvoorstel. Als dat gebeurt, dan treedt de wet in werking met ingang van 1 januari 2028.
Heeft u behoefte aan advies op bovenstaand gebied, dan weet u ons te vinden.