Hoe wordt je in 2026 als freelancer / zzp-er nog als zelfstandige gezien?

Wet VBAR het vervolg (besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties)

september, 2025

Zoals eerder aangegeven in onze vorige publicatie is de Wet VBAR. nog niet door de Tweede Kamer heen en vergt dit nog nadere behandeling. De laatste ontwikkeling is nu, dat op 12 september jl een concept  AMVB ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties’ (Besluit VBAR) middels internetconsultatie publiekelijk is aangeboden, waarop gereageerd kan worden. Dit concept AMVB besluit is een nadere toelichting op het wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (Wet VBAR), dat op 7 juli jl bij de Tweede Kamer is ingediend. Voor het doel van de Wet VBAR, verwijzen wij naar onze eerdere publicatie hierover. De beoogde datum voor inwerkingtreding is 1 juli 2026 en er zal geen overgangsrecht gelden. Disclaimer bij deze publicatie is, dat het uiteraard aan de nieuw te vormen coalitie is, om e.e.a. wel of niet over te nemen.

Arbeidsovereenkomst artikel 7:610 BW

Lid 1 van voornoemd wetsartikel luidt” De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Het in dienst zijn van de andere partij (dat dus duidt op een arbeidsovereenkomst), wordt nu getracht te verduidelijken. Dit op grond van recente jurisprudentie en meer specifiek, door indicaties in onderling verband te geven, zijnde wanneer er wel sprake is van een arbeidsovereenkomst en wanneer er sprake is van een overeenkomst van opdracht.  De elementen loon en arbeid uit artikel 7:610 BW worden niet geraakt door het Besluit VBAR. Een oplettend lezer zal direct opmerken, dus nog steeds geen expliciete helderheid in de vorm van duidelijke criteria? Dat klopt helemaal. Wel is het ons inziens zo, dat in 9 van de 10 gevallen duidelijk zal worden, of er sprake is van zelfstandig ondernemerschap in de vorm van een overeenkomst van opdracht of van een arbeidsovereenkomst.

Wat maakt dat door het Besluit VBAR het nu ineens wel duidelijk is?

De toetsing of sprake is van een arbeidsovereenkomst vindt plaats in twee fasen. In de eerste fase moet worden vastgesteld welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen (de uitlegfase).

Hierbij speelt de zogeheten bepaalmacht een belangrijke rol. Het gaat er daarbij om wat de feitelijke machtsverhouding tussen partijen is. In de uitlegfase is dit met name van belang voor de wijze waarop het contract tot stand is gekomen en de wijze waarop de beloning wordt bepaald. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten doordat:

  • de overeenkomst is opgesteld door de werkgevende;
  • de werkende (nagenoeg) geen onderhandelingsruimte heeft;
  • de werkgevende met iedere werker nagenoeg hetzelfde uurtarief afspreekt;
  • de wijze van betaling is bepaald door de werkgevende.

In de tweede fase, de kwalificatiefase, moet vervolgens beoordeeld worden of de overeenkomst voldoet aan de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst. In deze fase wordt het “werken in dienst van” nader ingevuld. De gezichtspunten uit het Deliveroo arrest, die zien op de gezagsrelatie, hebben een rol binnen het toetsingskader voor de beoordeling van een arbeidsrelatie. Deze hebben daarom ook een plek gekregen in de in dit besluit opgenomen indicaties.

Met de wet Vbar wordt de open norm werken in dienst van uit artikel 7:610, lid 1, BW verduidelijkt middels twee hoofdelementen. Zijnde:

  1. werkinhoudelijke en organisatorische sturing (W van werknemerschap); en
  2. werken voor eigen rekening en risico (Z van zelfstandige).

De voornoemde twee hoofdelementen (in de wet) en indicaties (Besluit VBAR) vormen voortaan dan het kader aan de hand waarvan getoetst wordt of sprake is van werken in dienst van een ander en of buiten arbeidsovereenkomst arbeid kan worden verricht.

Ad 1

  • De werkgevende is bevoegd om aanwijzingen en instructies te geven over de wijze waarop de werkende de werkzaamheden moet uitvoeren en de werkende moet deze ook opvolgen;
  • De werkgevende controleert de werkzaamheden van de werkende en is bevoegd om op basis daarvan in te grijpen;
  • De werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorisch kader van de organisatie van de werkgevende;
  • De werkzaamheden hebben een structureel karakter binnen de organisatie;
  • De werkende verricht soortgelijke werkzaamheden als andere werknemers.

Ad 2

  • De financiële risico’s en resultaten van de werkzaamheden liggen bij de werkende;
  • De werkende zorgt voor een zelfstandige en voor derden als zodanig herkenbare uitvoering van de werkzaamheden;
  • De werkende is in het bezit van een specifieke opleiding, werkervaring, kennis of vaardigheden, die in de organisatie van de werkgevende niet structureel aanwezig is;
  • Er is sprake van een korte duur van de opdracht en/of een beperkt aantal uren per week;
  • Kenmerken die wijzen op ondernemerschap van de werkende, voor soortgelijke werkzaamheden (extern ondernemerschap).

Het voert in het kader van (de lengte van) deze publicatie te ver, om concrete voorbeelden aan te halen, maar deze zijn voor de goede orde wel na te lezen in het Besluit VBAR. Het huidige kabinet zet overigens naast het voornoemde ook in op ondersteunende maatregelen om duidelijkheid zoveel mogelijk te bieden. Op hetjuistecontract is een keuzehulp opgenomen waarmee op een snelle en praktische manier enige vorm van duidelijkheid verkregen kan worden of er sprake is van een zzp-klus of een opdracht in loondienst.

Het zij herhaalt, de vraag is of de nieuw te vormen coalitie e.e.a. wel of niet overneemt. Heeft u in de tussentijd behoefte aan advies op bovenstaand gebied, dan weet u ons te vinden.